Rottweiler

Rasgroep: Pinscher, Schnauzer, Molosser, Berghond en Sennenhond, rasgroep 2

Gefokt voor: Hij komt uit Duitsland. De Rottweiler heeft een dubbele taak gehad. Het begon bij de Romeinen. Ze gebruikten honden die wij nu Rottweilers noemen om de mensen te beschermen en om het vee te drijven. Zo trokken ze door de Alpen. Hij lijkt op de Sennenhond. Waarschijnlijk waren er vroeger 2 maten. De ene was groot dat het vee te hoog beet en had een goed uithoudingsvermogen. De andere was lager dat de drijvers waren. De Rottweiler is groot gebleven en daarvan is waarschijnlijk het wit weggewerkt. Hij kwam op een plek waar veel Hongaren en Fransen kwamen voor veehandel. Daar is de bijnaam van de hond van gekomen; slagershond. Een veehandelaar (dat ook de slager was) fokte een hele goede herders- en veedrijvershond. Ook moest hij af en toe wat trekwerk doen. Er werd gezocht naar goede rassen voor politiewerk. De Rottweiler werd getest en daaruit bleek dat het een hele geschikte hond was voor dit werk. In 1910 werd hij erkend als een politiehond. Ze hebben hem gefokt als een goede geleide-, verdedigings- en gebruikshond. De staart ontbreekt, omdat hij vaak te kort was of stootte tegen de achterbenen van de runderen, varkens en andere dieren die hij dreef. Sinds 1 januari 2006 is het in Nederland verboden om de oren en staarten van honden te couperen. Dus nu blijft de staart

Soort vacht: Bestaat uit dekhaar en onderwol. Het onderwol mag niet uitsteken en de dekharen zijn middellang, hard, dik en goed aanliggend. Bij de achterbenen is de vacht iets langer

Karakter: Vriendelijk, ook voor kinderen, aanhankelijk, gehoorzaam, werklustig. Er is een stoerdere kant en dat is stoer, zelfverzekerd, evenwichtig, schrikt niet snel en hij is alert op de omgeving

Soort energie: Hoog. Hij moet veel bewegen en wil een taak. Hij kan meerdere taken hebben

Wandelen: Veel lopen en het liefst laten werken. Hij had vroeger zo veel baantjes

Trainen: Het is heel fijn om met hem te mogen te trainen. Ze leren snel en willen heel graag in actie komen. Je kan ze veel leren en veel verschillende taken geven. Het is een echte werkhond

Leefomgeving: Koud geeft niet. Warm kan ook, maar hij is zwart dus kan hij oververhit raken. Hij kan goed bij kinderen en wil niet in een flat wonen. Minimaal een tuin en liever een erf of boerderij

Gewicht: Reuen rond de 50 kg en de teven rond de 42 kg. Let op dat ze niet te dik worden

Levensverwachting: 11 tot 13 jaar. Ze zijn veel gebruikt voor het werk en hebben wat ziektes die erfelijk zijn. Dit komt een deel door het harde werk. Hartafwijkingen, botkanker, heup- en elleboogdysplasie, oogproblemen, problemen met de bloedstolling en nog meer. Kan gevaarlijk zijn

Kleur: Maar 1 kleur variëteit. Helemaal zwart met bruine snoet, poten, brand en borst 2 vlekken